Over geboorte, de ziel en waarom ik vrouwen begeleid tijdens de grote overgangen van hun leven
Er zijn momenten waarop ik terugkijk op de vrouwen die ik de afgelopen jaren heb mogen ontmoeten en geraakt word door de schoonheid van de weg die zich soms ontvouwt. Sommige vrouwen leer ik kennen tijdens hun zwangerschap. Anderen ontmoet ik veel eerder, tijdens een ceremonie, een behandeling of een periode in hun leven waarin zij voelen dat er iets aan het verschuiven is en er een verlangen ontstaat om dichter bij zichzelf te komen.
Wat mij daarin steeds opnieuw raakt, is dat ons werk met vrouwen vaak veel eerder begint dan bij een zwangerschap. Steeds vaker besef ik dat de essentie van mijn werk niet besloten ligt in een ceremonie, een behandeling of zelfs in een geboorte. Die momenten zijn kostbaar en betekenisvol, maar zij vormen niet de diepste laag van wat mij beweegt.
De kern van mijn werk ligt voor mij in het creëren van een ruimte waarin een vrouw zichzelf opnieuw mag ontmoeten. Een ruimte waarin zij niets hoeft te bewijzen, niets hoeft te worden en niets hoeft toe te voegen aan wie zij al is. Een ruimte waarin zij mag vertragen en zich langzaam mag herinneren wat er altijd al aanwezig was.
Misschien is dat wel de rode draad die door alles heen loopt.
Hoe meer vrouwen ik ontmoet, hoe meer ik ben gaan voelen dat er onder alle rollen die wij dragen, onder alle verwachtingen die wij van onszelf hebben overgenomen en onder alle verhalen die wij in de loop van ons leven zijn gaan geloven, een diepere waarheid leeft. Een plek die niet schreeuwt, maar zacht aanwezig blijft. Een plek van liefde, licht, puurheid en onschuld. Niet onschuld in de betekenis van naïviteit, maar als een oorspronkelijke staat van verbondenheid waarin een vrouw nog niet verwijderd is geraakt van haar eigen waarheid.
In de afgelopen jaren is die beweging van herinneren steeds meer de bron geworden van alles wat ik doe. Ik ben gaan ervaren dat het leven ons niet zozeer vraagt om onszelf voortdurend te verbeteren, maar ons eerder uitnodigt om terug te keren naar wat wij onderweg misschien zijn vergeten.
Die plek noem ik Eve.
Voor mij is Eve veel meer dan een ceremonie. Het is de herinnering aan de oorspronkelijke vrouw. De vrouw die zij was voordat de wereld haar vertelde wie zij moest zijn. De vrouw die nog wist hoe zij mocht voelen, hoe zij mocht vertrouwen en hoe zij zich mocht overgeven aan het leven. De vrouw die nog verbonden was met haar lichaam, haar intuïtie, haar hart en haar ziel.
Steeds opnieuw ervaar ik dat wanneer een vrouw zich opnieuw met die oorspronkelijke laag verbindt, niet alleen haar relatie met zichzelf verandert, maar ook de manier waarop zij in het leven staat. Er ontstaat meer zachtheid, meer vertrouwen en meer ruimte om het leven niet langer vanuit controle te benaderen, maar vanuit verbinding.
Misschien is dat ook de reden waarom ik mij zo diep verbonden voel met geboorte.
Want hoe langer ik dit werk doe, hoe meer ik voel dat geboorte nooit alleen over een baby gaat.
In veel oude tradities werd de vrouw gezien als een poort tussen hemel en aarde. Niet alleen als draagster van leven, maar ook als draagster van ziel. Dat beeld heeft mij altijd diep geraakt en de afgelopen jaren ben ik het steeds meer gaan herkennen in de vrouwen die ik ontmoet.
Wanneer een vrouw zwanger is, ontmoet ik daarom niet alleen haar. Ik ontmoet ook de ziel die zij draagt. Niet als een idee dat uitgelegd hoeft te worden, maar als een aanwezigheid die soms voelbaar is in de ruimte. Er is iets ontroerends in het besef dat een vrouw haar lichaam beschikbaar stelt voor nieuw leven en daarmee een plek wordt waar het onzichtbare langzaam zichtbaar mag worden.
Misschien is dat ook de reden waarom ik geboorte nooit alleen als een lichamelijke gebeurtenis heb kunnen zien. Voor mij is geboorte een rite of passage, een overgang tussen werelden. Het is een moment waarop niet alleen een kind geboren wordt, maar waarop ook een vrouw zichzelf op een diepere laag ontmoet.
Juist daarom geloof ik zo in de wijsheid van het lichaam. In instinct. In veiligheid. In rust. In de diepe intelligentie die in een vrouw aanwezig is wanneer zij zich veilig genoeg voelt om zichzelf te volgen.
Als doula ervaar ik het als een voorrecht om naast een vrouw te mogen lopen tijdens deze overgang. Niet om haar te vertellen hoe zij moet bevallen en ook niet om haar proces over te nemen, maar om een bedding te helpen creëren waarin zij zichzelf mag volgen. Om haar te herinneren aan haar kracht wanneer zij die even niet meer voelt. Om haar te herinneren aan haar zachtheid, haar intuïtie en aan het diepe weten dat al in haar aanwezig is.
Want uiteindelijk geloof ik niet dat de grote overgangen in het leven bedoeld zijn om ons iemand anders te maken.
Misschien zijn zij er juist om ons thuis te brengen, terug naar ons lichaam, terug naar ons hart, terug naar onze ziel, terug naar liefde, terug naar wie wij in wezen zijn.
En misschien is dat uiteindelijk wel de diepste reden waarom ik dit werk doe.
Omdat ik geloof dat wanneer een vrouw zich herinnert wie zij werkelijk is, niet alleen haar eigen leven verandert. Dan verandert ook de manier waarop zij haar kinderen ontvangt. De manier waarop zij liefheeft. De manier waarop zij moeder wordt. En misschien zelfs de wereld die wij samen doorgeven aan de generaties die na ons komen.
Dat is de bedding die ik vrouwen toewens, een bedding waarin zij niet harder hoeven te zoeken, een bedding waarin zij niet meer hoeven te worden, maar waarin zij, met zachtheid en vertrouwen, mogen herinneren.